Nijmegen ligt tegen een stuwwal aan: een rug van zand en grind die in de ijstijd omhoog is geduwd, met daarop Heumensoord, het Nederrijkswald en de bossen richting Groesbeek. Dat is eiken-berkenbos op arme zandgrond, en berk is daar de soort die er voor hooikoortspatiënten toe doet. De bron ligt niet ver weg maar direct aan de stadsrand, wat betekent dat een berkenpiek in april hier scherper kan uitpakken dan in een stad waar de pollen eerst tientallen kilometers hebben afgelegd.

Daarbij komt het klimaat. De omgeving van Nijmegen hoort bij de warmste van Nederland, met hoge zomertemperaturen in het rivierengebied en een voorjaar dat eerder op gang komt dan in het noorden. Vroeger voorjaar betekent vroeger bloeiende bomen: els en hazelaar kunnen hier al in januari beginnen. Aan de andere kant van de stad ligt de Ooijpolder met uiterwaarden en weiland langs de Waal, en dat is de graspollenbron voor mei tot juli. Wie in Nijmegen zowel op berk als op gras reageert, heeft daardoor een seizoen dat vroeg begint en lang doorloopt.