Apeldoorn ligt tegen de Veluwe aan, het grootste aaneengesloten bosgebied van Nederland, en geen andere stad in dit overzicht heeft zoveel boom per inwoner in de directe omgeving. Dat bos is grotendeels naaldbos — grove den, aangeplant op oude stuifzanden — met daartussen eik en berk. Voor hooikoortspatiënten is dat een gemengd bericht: de den produceert in mei enorme hoeveelheden pollen die als geel poeder overal op neerslaat, maar geldt als zwak allergeen, terwijl de berk die er tussenin staat wél de klassieke voorjaarsklachten veroorzaakt.
Op arme, droge zandgrond doet de berk het uitstekend, en dat betekent dat een berkenpiek in april hier vroeg en stevig kan uitvallen. Het Kroondomein, de Hoge Veluwe en het Loenermark liggen allemaal binnen twintig kilometer. De keerzijde geldt voor gras: de Veluwe is bos en heide, geen weiland, dus de graspollenbron ligt vooral aan de oostkant van de stad, richting de IJsselvallei bij Twello en Voorst. Wie in Apeldoorn vooral op gras reageert, heeft daardoor vaak een iets mildere zomer dan iemand in het rivierengebied — en wie op berk reageert een zwaarder voorjaar.