Dordrecht ligt op een eiland, en pal ernaast ligt de Biesbosch: een van de grootste zoetwatergetijdengebieden van Europa. Dat gebied is eeuwenlang beheerd als griend — hakhout van wilg, geoogst voor manden en dijkwerk — en de wilg is er nog altijd de dominante boom. Wilgenpollen wordt vooral door insecten verspreid en veroorzaakt daardoor minder klachten dan het beeld van al die bloeiende katjes doet vermoeden, maar bij zulke aantallen komt er onvermijdelijk ook stuifmeel in de lucht, in maart en april.

Belangrijker voor de meeste hooikoortspatiënten zijn de els, die in de natte delen van de Biesbosch en langs de kreken vanaf januari bloeit, en het riet en gras van de gorzen en platen, dat het zomerseizoen levert. De rest van het Eiland van Dordrecht en de Hoeksche Waard aan de overkant is akkerbouw- en weidegebied, dus van mei tot half juli is gras hier de bepalende soort. Water aan alle kanten helpt: over open water komt vrijwel geen pollen bij, dus bij wind uit de richting van het Hollandsch Diep valt het niveau merkbaar terug.