Utrecht ligt precies waar Nederland ophoudt nat te zijn en zand wordt. Ten oosten van de stad begint de Utrechtse Heuvelrug: een stuwwal van arm, droog zand, en dat is precies de grond waarop de berk het beste groeit. Berk is het krachtigste boompollen van Nederland, en bij oostenwind ligt de bron ervan hier op nog geen tien kilometer afstand. Dichterbij, in Amelisweerd en langs de Kromme Rijn, staan els en wilg in de nattere delen; de els doet het vroege werk, van januari tot in maart.
Ten westen van de stad ligt het Groene Hart, en daarmee het graspollenseizoen. Anders dan Den Haag of Rotterdam heeft Utrecht geen zee die de lucht verdunt: er is geen windrichting die betrouwbaar verlichting geeft, want er ligt altijd wel land bovenwinds. Dat maakt de stad tot een van de plekken waar het seizoen het gelijkmatigst zwaar is — geen scherpe pieken door aanvoer van ver, maar ook geen schone dagen die je cadeau krijgt. De maanden om rekening mee te houden zijn maart en april voor berk, en mei tot half juli voor gras.