Amsterdam is een bomenstad, en dat is aan de pollenkalender te merken. Langs de grachten staat een van de grootste iepencollecties van Europa; iepen bloeien al in februari en maart, nog voordat de meeste mensen aan hooikoorts denken. Kort daarna volgen de elzen en berken in het Vondelpark, het Rembrandtpark en vooral het Amsterdamse Bos, dat in de jaren dertig is aangeplant met veel populier, es, els en berk. Berk is van die soorten de belangrijkste veroorzaker van klachten, met een piek eind maart tot begin mei.
Het tweede seizoen is grasseizoen, en dat komt in Amsterdam niet uit de stad zelf maar van de bermen, sportvelden en de veenweiden net buiten de ring. Twee dingen maken de stad afwijkend. Het warmte-eiland: binnen de ring is het 's nachts enkele graden warmer dan in het omliggende weidegebied, waardoor bomen er een paar dagen eerder bloeien dan op het platteland. En de zee, twintig kilometer westwaarts: bij een stevige westenwind wordt de lucht boven de stad verdund met schone zeelucht en zakt de pollendruk zichtbaar. Draait de wind naar het oosten, dan komt er juist berkenpollen uit Duitsland en Midden-Europa overheen.