Graspollen: de grootste groep

Graspollen zijn verantwoordelijk voor hooikoorts bij de meeste Nederlanders — naar schatting 15–20% van de bevolking is allergisch. Het graspollenseizoen loopt van half mei tot eind augustus, met de hoogste concentraties in juni en juli. Graspollen zijn aanwezig in vrijwel elke omgeving: weilanden, parken, bermen, sportvelden. Vermijden is nauwelijks mogelijk; goede medicatie is essentieel.

Berkenpollen: intensief maar kort

Berkenpollen veroorzaken heftige klachten bij circa 10–15% van de Nederlanders. Het seizoen duurt slechts 4–6 weken (april–mei) maar kan extreem intensief zijn. Berkenpollen zijn klein en licht, waardoor ze ver kunnen verspreiden. Ze veroorzaken bovendien kruisallergieën met voedingsmiddelen als appel, peer, kers, hazelnoot en selderij (oraal allergiesyndroom).

Els & hazelaar: het vroegste seizoen

Els (Alnus) en hazelaar (Corylus) bloeien al in januari–maart. Bij zachte winters kunnen ze al in december stuiven. Ze zijn nauw verwant aan berk en veroorzaken kruisreactiviteit. Mensen die gevoelig zijn voor berkenpollen zijn vaak ook gevoelig voor els en hazelaar.

Bijvoet: de zomernazomer-pollen

Bijvoet (Artemisia vulgaris) bloeit van juli tot september. Het is de belangrijkste oorzaak van hooikoorts in de nazomer. Bijvoetpollen zijn sterk allergeen en veroorzaken kruisallergieën met selderij, wortel, peterselie en anijs. Bijvoet groeit in bermen, ruigterreinen en tuinen.