Haarlem ligt tussen twee landschappen die allebei hun eigen pollen leveren. Aan de westkant liggen de Kennemerduinen en het Nationaal Park Zuid-Kennemerland: duingebied met helmgras, duinriet en duindoorn, en in de binnenduinrand veel els en berk in de vochtige valleien. Aan de oostkant ligt de Haarlemmerhout, een van de oudste stadsbossen van Nederland, met oude beuken en eiken.
Over de bollenstreek net ten zuiden van de stad bestaat een hardnekkig misverstand. Tulpen, narcissen en hyacinten worden door insecten bestoven, niet door de wind: hun stuifmeel is zwaar en plakkerig en komt nauwelijks in de lucht. Wie in april in de bollenvelden klachten krijgt, reageert vrijwel zeker op de berken die eromheen staan, niet op de bloemen zelf. De zee ligt op vijf kilometer, en dat is dichtbij genoeg om te merken: bij westenwind komt er lucht binnen die over de Noordzee heeft gelegen en dus weinig pollen bevat. Draait de wind naar het oosten, dan ligt de hele Randstad bovenwinds en loopt het niveau op.