Emmen ligt op de Hondsrug in Zuidoost-Drenthe, op zandgrond die deels bedekt is geraakt door hoogveen en later is afgegraven. Dat verleden bepaalt de omgeving: veenkoloniën met akkerbouw aan de oostkant, en aan de west- en zuidkant de bossen die zijn aangeplant om het stuifzand vast te leggen — de Emmerdennen, het Valtherbos en het Noordbargerbos. Dat is grotendeels grove den, met eik en veel berk ertussen.
De berk is op deze arme zandgrond de boom die er voor hooikoortspatiënten toe doet, met een piek van eind maart tot begin mei; de dennen leveren in mei zichtbaar veel geel stuifmeel maar weinig klachten. Op het veen en de akkers eromheen ligt de graspollenbron voor mei tot half juli, en langs de kanalen en beekjes staan els en wilg die het seizoen in januari openen. Emmen ligt op ruim honderd kilometer van de Noordzee en direct tegen de Duitse grens, dus de zeelucht die de kuststeden verdunt bereikt deze hoek zelden; bij oostenwind komt er juist aanvoer uit het bosrijke Emsland overheen.