Enschede ligt in het Twentse coulisselandschap, en dat is voor Nederlandse begrippen een uitzonderlijk bomenrijke omgeving. Geen aaneengesloten bos zoals de Veluwe, maar een fijnmazig netwerk van houtwallen, singels en kleine bosjes tussen de weilanden — met eik, els, hazelaar en berk. Voor een hooikoortspatiënt betekent dat een bron die niet op één plek ligt maar overal om de stad heen, van de Lonnekerberg tot Twickel en het Aamsveen.
Het tweede kenmerk is de ligging tegen de Duitse grens. Enschede ligt zo ver van de kust als je in Nederland komen kunt, en dat betekent dat de verdunning met schone zeelucht die de Randstad regelmatig krijgt hier grotendeels ontbreekt. De lucht is er vaker continentaal: droger, warmer in de zomer, kouder in de winter, en met aanvoer uit het bosrijke Münsterland bij oostenwind. Dat maakt de pieken hier scherper dan aan de kust. Tussen de houtwallen ligt boerenland, dus het graspollenseizoen van mei tot juli is onverkort van toepassing.